|
Stap 2: Collegiale consultatie en raadplegen van het AMK of het SHG |
|
|
|
|
Je moet altijd overleggen met een deskundig collega, aandachtsfunctionaris of AMK/SHG. - Je neemt een signaal serieus, redeneert het niet weg, en bent je bewust van eigen emoties. Emoties als angst, boosheid, ongeloof worden op een professionele manier besproken en geanalyseerd in een gesprek met een collega of de aandachtsfunctionaris kindermishandeling.
- De vraag aan de collega(’s) is: “is er hier sprake van een ernstig opvoedingsprobleem of kindermishandeling of is er mogelijk een ander probleem of misschien wel helemaal geen probleem?”. Het gesprek dwingt je om de eigen gedachten te ordenen, om de argumenten te toetsen aan een andere mening en om samen met de collega een voorlopig plan op te stellen.
- Ook informatie over andere kinderen in het gezin wordt betrokken bij de afwegingen.
Afweging melding in de Verwijsindex Als geconcludeerd wordt dat er mogelijk sprake is van kindermishandeling of huiselijk geweld, dan moet de afweging gemaakt worden of er een melding in de Verwijsindex moet worden gemaakt.Zie stap 4 Wegen Vastleggen in dossier
De uitkomst van het overleg met de collega wordt in het Digitale Dossier beschreven. De
huisarts van het betreffende gezin wordt op de hoogte gebracht van de
bevindingen met een retourenvelop. De ouders weten dat en hoeven daar
niet expliciet toestemming voor te geven. Het vragen van advies
gebeurt op basis van anonieme cliëntgegevens, daarom is er geen sprake
van een eventuele doorbreking van het beroepsgeheim.
KNMG meldcode
De KNMG meldcode kindermishandeling vraagt van artsen, bij deze tweede stap, om naast collegiale consultatie, altijd
advies te vragen aan het Steunpunt Huiselijk Geweld of het Advies – en
Meldpunt Kindermishandeling. Het gaat hier om een professionele
afweging of het nodig is advies te vragen. Leg altijd vast in het
dossier waarom je geen advies aan het AMK/ASHG gevraagd hebt.
|