|
- afspraken over dossiervorming
|
|
|
Overleg met wie en waarom?
|
|
Ouder of kind willen hulp ontvangen |
|
|
|
|
Als de ouder erkent dat er een probleem is en verdere hulp wil ontvangen, zal de JGZ medewerker in overleg moeten beslissen of de JGZ de deskundige instantie is voor de begeleiding van het probleem.
|
|
Lees meer...
|
|
Bovendien vraagt de JGZ met toestemming van de ouders, en als het
kind ouder is dan 12 jaar ook van het kind, informatie over het gezin
bij de huisarts, de prenatale zorg/kinderopvang/ school of de
jeugdadviesteams. |
|
Lees meer...
|
|
Belangrijke Telefoonnummers |
|
|
|
|
|
Advies- en Meldpunt Kindermishandeling
|
09001231230 |
|
Bureau Jeugdzorg
|
|
|
Steunpunt Huiselijk Geweld
|
0900-1262626 |
Belangrijke links naar websites |
|
Als het kind of ouder gevaar loopt, meldt de JGZ medewerker direct bij het AMK/SHG
- Als het kind, ouder in acuut gevaar is en er direct bescherming nodig is : melden
bij het AMK/SHG Zij beoordelen direct wat er moet gebeuren en of het ,bij kinderen , nodig is
om de Raad voor de Kinderbescherming in te schakelen (bijvoorbeeld als een
kind met verwondingen naar het ziekenhuis moet en de ouders willen het niet
meegeven of weghalen uit het ziekenhuis. Dan kan er heel snel een voorlopige
onder toezichtstelling (O.T.S)worden gevraagd zodat de ouders (tijdelijk)
het gezag niet hebben over hun kind)
- Als er een dreigende situatie ontstaat in het wijkgebouw op het consultatiebureau
of op school: bel de politie en vervolgens het AMK/SHG als het om een melding
van kindermishandeling of huiselijk geweld gaat.
- Bij twijfel: bel het AMK/SHG om advies te vragen.
Het AMK/SHG is bereikbaar gedurende kantooruren en ’s avonds en in het weekend
via een bereikbaarheidsdienst.
In een dergelijke situatie moet achteraf verslag gedaan worden en de manager
ingelicht worden over de melding.
Telefoon AMK: 0900 1231230
Telefoon Politie: 0900-8844 of 112 |
|
Ernstig vermoeden van kindermishandeling? |
|
|
|
|
Beslis of er sprake is van een ernstig vermoeden van kindermishandeling. Ernstig
is een (vermoeden van) actueel seksueel misbruik, kind dat over kindermishandeling
vertelt, ernstige lichamelijke verwondingen waarvoor geen afdoende verklaring
is, ernstige verwaarlozing, direct (dreigend) gevaar voor het kind, broertjes
of zusjes en/of de ouder.
Stappen die gezet moeten worden:
- Overleg, indien ernstig, zo snel mogelijk met de aandachtsfunctionarissen
kindermishandeling van de JGZ
- Zijn zij niet te bereiken bel het AMK, 0900-1231230
- Zoek altijd contact met een jeugdarts die ervaring heeft op het gebied
van kindermishandeling. Deze moet eventueel aanwezig letsel vaststellen, registreren
en checken of de aard van het letsel klopt met het verhaal over de oorzaak
ervan (SPUTOVAMO).
- Het AMK heeft criteria op grond waarvan aangifte bij de politie moet worden
gedaan. In overleg met het AMK kan bekeken worden of JGZ de aangewezen organisatie
is die aangifte zou moeten doen van mishandeling.
N.B.: BIJ KRITIEKE SITUATIE METEEN AMK BELLEN! |
|
Een goede aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld is de gezamenlijke verantwoordelijkheid van de JGZ 0-19 jaar.
Mishandelde kinderen zullen meestal niet uit zichzelf over de situatie vertellen. Het is daarom nodig dat belangrijke personen in de omgeving van het kind vroegtijdig de verantwoordelijkheid nemen om bij zorgwekkende situaties van kinderen in actie te komen.
Medewerkers van de Jeugdgezondheidszorg dragen een bijzondere en directe verantwoordelijkheid voor de veiligheid van een kind met wie zij beroepshalve in aanraking komen. Dit protocol geeft richtlijnen aan deze beroepskrachten voor signalering en handelen bij (een vermoeden)van kindermishandeling en of huiselijk geweld. Het getuige zijn van huiselijk geweld wordt beschouwd als een vorm van kindermishandeling. Het doel is om de (vermoedelijke) situatie van kindermishandeling te (doen laten) stoppen. Dit kan vanuit je beroepsverantwoordelijkheid door vroegtijdig te signaleren, de vermoedens van kindermishandeling niet bij jezelf te houden maar bespreekbaar te maken, de situatie van (vermoedelijke)kindermishandeling te (laten) onderzoeken en door hulp op gang te (laten) brengen.
Er is een team aandachtsfunctionarissen kindermishandeling .
Uitgangspunten van beleid zoals vastgesteld door het management van de JGZ 0-19 jaar
- De afdeling JGZ 0-19 jaar heeft een beleid waarin activiteiten en richtlijnen op het gebied van kindermishandeling en huiselijk geweld een structurele plaats innemen. Dat gaat dus verder dan tijdelijke projecten.
- De afdeling JGZ 0-19 jaar legt de mogelijkheden en verantwoordelijkheden van de organisatie en haar medewerkers vast.
- De afdeling JGZ 0-19 jaar beschrijft in een protocol hoe de medewerkers horen om te gaan met vermoedens van kindermishandeling en huiselijk geweld
- De afdeling JGZ 0-19 jaar steunt haar medewerkers bij procedures of klachten die voortkomen uit meldingen betreffende kindermishandeling en of huiselijk geweld.
- De afdeling JGZ 0-19 jaar zorgt voor voldoende bijscholing betreffende de veiligheid van de medewerkers. ( bijvoorbeeld training : omgaan met agressie)
- De afdeling JGZ 0-19 jaar maakt afspraken met andere instellingen in de regio over samenwerking bij de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld. Het Advies- en Meldpunt Kindermishandeling (AMK) en het Advies en Steunpunt Huiselijk Geweld (ASHG) zijn enkele van die instellingen.
- De afdeling JGZ 0-19 jaar zorgt ervoor dat de medewerkers het protocol naleven en dat samenwerkingsafspraken worden uitgevoerd.
- De afdeling JGZ 0-19 jaar draagt zorg voor voldoende bijscholing opdat medewerkers professioneel kunnen handelen bij de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld.
Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind
- Artikel 19 Internationaal Verdrag van de Rechten van het Kind (IVRK): ‘Het is de plicht van de Staat kinderen te beschermen tegen alle vormen van mishandeling door ouders of door anderen die verantwoordelijk zijn voor de verzorging, en maatregelen te nemen ter voorkoming, opvang en behandeling.’
- Artikel 24 IVRK: ‘Het recht van kinderen de hoogst mogelijke graad van gezondheid te bereiken en het recht op gezondheidsdiensten, met vooral nadruk op basisgezondheidszorg, op gezondheidsvoorlichting en op verminderen van de kindersterfte. De plicht van de Staat om schadelijke traditionele praktijken af te schaffen…’
De stappen gaan in vanaf het moment dat er signalen zijn. Signaleren wordt gezien als een belangrijk onderdeel van de beroepshouding van de beroepskrachten die binnen de instelling werkzaam zijn. Zo bezien is signalering geen stap in het stappenplan, maar een grondhouding die in ieder contact met cliënten, leerlingen en patiënten wordt verondersteld. De stappen wijzen de beroepskracht de weg als zij meent dat er signalen zijn van huiselijk geweld of van kindermishandeling.
Volgorde van de stappen
De stappen die worden beschreven zijn in een bepaalde volgorde gerangschikt. Maar deze volgorde is niet dwingend. Waar het om gaat, is dat de medewerker op enig moment in het proces alle stappen heeft doorlopen, voordat zij besluit om een melding te doen. Zo zal het soms voor de hand liggen om meteen met de ouders of het kind in gesprek te gaan over bepaalde signalen. In andere gevallen zal de medewerker eerst overleg willen plegen met een collega en met het Advies en Meldpunt Kindermishandeling of met het Steunpunt Huiselijk Geweld voordat hij het gesprek met ouders of kinderen aangaat. Ook zullen stappen soms twee of drie keer worden gezet. JGZ Richtlijn secundaire preventie kindermishandeling geeft een meer uitgebreide beschrijving. |
|
|
|
|
|